Borg- en garantstellingen

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Aantal ultimo 2017

Oorspron-kelijk bedrag

Percentage borgstelling

Boek- waarde 1-1-2017

Boek- waarde 31-12-2017

Borgstellingen met laag risicoprofiel

1. Particuliere woningen

303

15.835

100%

5.091

3.465

2a. Woningcorporaties en zorginstellingen

9

13.504

100%

11.989

9.403

2b. Woningcorporaties en zorginstellingen

1

3.500

37%

960

928

Totaal borgstellingen met laag risicoprofiel

313

32.839

18.040

13.796

Borgstellingen met hoger/hoog risicoprofiel

4a. Culturele en religieuze instellingen en sportverenigingen

12

2.528

100%

1.566

1.457

4b. Culturele en religieuze instellingen en sportverenigingen

1

8.520

80%

5.712

4.895

4c. Culturele en religieuze instellingen en sportverenigingen

1

1.370

50%

106

76

Totaal borgstellingen met hoger/hoog risicoprofiel

14

12.418

7.384

6.428

TOTAAL VERSTREKTE BORGSTELLINGEN

327

45.257

25.424

20.224

Op basis van de saldiverklaringen die de gemeente van geldverstrekkers heeft ontvangen, bedraagt het risicobeslag per 31 december 2017 € 20.224.000. De daling met € 5.200.000 is het resultaat van aflossingen op bestaande leningen.

Achtervang
Naast bovenstaande borgstellingen en de garantie die door de gemeente Gouda rechtstreeks zijn verstrekt, is sprake van borgstellingen die door waarborgfondsen aan derden zijn verstrekt en waarvoor de gemeente als achtervang (als secundaire of tertiaire zekerheid) optreedt. De gemeente zal dus pas op deze borgstellingen worden aangesproken als het garantievermogen van de waarborgfondsen onvoldoende is om de betalingsverplichtingen voor rente en aflossing van de gewaarborgde geldleningen over te nemen van de in gebreke blijvende instelling.

Het garantievermogen van de waarborgfondsen verschilt per fonds maar beloopt miljarden euro’s. De kans dat de gemeente op deze achtervangpositie wordt aangesproken, wordt erg klein geacht. Indien dat toch gebeurt, zal de aanspraak eerst op basis van 50/50 worden verdeeld tussen Rijk en gemeenten waarna het deel dat aan de gemeenten wordt toebedeeld op basis van een bepaalde verdeelsleutel wordt omgeslagen naar de deelnemende gemeenten. Het eventueel voor Gouda resterende deel zal nooit meer zijn dan globaal 5% van het garantiebedrag en bestaan uit het verstrekken van een renteloze lening aan het betreffende waarborgfonds. Het eventuele netto verlies voor de gemeente bestaat derhalve uit derving van rentevergoeding op de verstrekte renteloze geldlening.

A. Borgstelling via het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)
Aantal garanties: 3.625 in 2016 (2015: 4.135)
Omvang: € 589.000.000 in 2016 (2015: € 668.000.000)
50% aandeel gemeente Gouda: € 295.500.000 in 2016 (2015: € 334.000.000)

Het genoemde aantal en de vermelde bedragen zijn per 31 december 2016. Het overzicht Nationale Hypotheek Garantie (NHG) wordt verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Bij het opmaken van deze jaarstukken was de stichting nog niet in staat (geweest) de standen per 31 december 2017 te verstrekken.

Het Rijk heeft met ingang van 1 januari 2011 de achtervangpositie van de gemeenten overgenomen voor nieuw te verstrekken leningen onder Nationale Hypotheek Garantie. Dit betekent dat gemeente Gouda geen risico loopt om te worden aangesproken op de achtervangpositie voor leningen die vanaf 1 januari 2011 in dit kader zijn verstrekt. Het ondanks de economische crisis als laag te kwantificeren risico op de bestaande leningen onder NHG-garantie, dus die welke zijn verstrekt tot en met 2010, zal de komende jaren steeds verder afnemen als gevolg van de gepleegde aflossingen.

B. WSW-borgstellingen voor woningcorporaties
Aantal garanties: 52 (2016: 57)
Omvang: € 362.000.000 (2016: € 382.000.000)
50% aandeel gemeente Gouda: € 181.000.000 (2016: € 192.000.000)

In het geval dat de gemeenten op de achtervangpositie worden aangesproken, geldt een vooraf bepaalde verdeling waarbij het Rijk 50% voor zijn rekening neemt en de overige 50% van de leningen door gemeenten zal worden verstrekt. De tertiaire zekerheid is nog nooit ingeroepen en het risico dat dit de komende jaren gebeurt wordt vrijwel nihil geacht.